De vroegmoderne tijd was in de Zuidelijke Nederlanden en later in de Republiek niet alleen een bloeitijd van de kunsten, maar ook van de wetenschappen. Deel 61 van het Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek (NKJ) is gewijd aan de uitzonderlijk rijke en complexe verhouding tussen beide in de vroegmoderne Nederlanden, een relatie die veel verder ging dan het gebruik van lineair perspectief in de schilderkunst. Zowel in theorie als in de alledaagse praktijk was de grens tussen ‘kunst’ en ‘wetenschap’ nauwelijks te trekken, en deed deze er feitelijk ook weinig toe. De termen ars en scientia waren geen opposities, maar liepen vloeiend in elkaar over. Kunstenaars oefenden zich in de weergave van de menselijke anatomie; natuuronderzoekers dachten diepgaand na over de representatie van voorheen onbekende levensvormen; en vermogende burgers legden verzamelingen aan, waarin naturalia en artificalia ogenschijnlijk kris-kras door elkaar werden tentoongesteld. Thema’s die in dit deel onder meer aan de orde komen zijn de rol van pictografie, uiteenlopende theorieën over licht en kleur en de invloed van de Cartesiaanse filosofie op de kunsttheorie.
Inhoud
- Eric Jorink en Bart Ramakers, Undivided territory. ‘Art’ and ‘science’ in the early modern Netherlands.
- Sven Dupré, The historiography of perspective and reflexy-const in Netherlandish art.
- Dániel Margócsy , The camel’s head. Representing unseen animals in sixteenth-century Europe.
- Marrigje Rikken en Paul J. Smith, Jan Brueghel’s Allegory of Air (1621) from a natural historical perspective.
- Karin Leonhard, Painted poison. Venomous beasts, herbs, gems, and Baroque colour theory.
- Eric Jorink, Beyond the lines of Apelles. Johannes Swammerdam, Dutch scientific culture, and the representation of insect anatomy.
- Gijsbert M. van de Roemer, Regulating the arts. Samuel van Hoogstraten versus Willem Goeree.
- Rienk Vermij, The light of nature and the allegorisation of science on Dutch frontispieces around 1700.
- Thijs Weststeijn,From hieroglyphs to universal characters. Pictography in the early modern Netherlands.
- Joke Spaans, Art, science and religion in Romeyn de Hooghe’s Hieroglyphica.
- Fokko Jan Dijksterhuis, ‘Will the eye be the sole judge?’ ‘Science’ and ‘art’ in the optical inquiries of Lambert ten Kate and Hendrik van Limborch around 1710.
- Bart Ramakers , Staging nature. Observation, imagination and experience in E.M. Post's Het land, in brieven (1788)’.